Als no cure no pay wordt toegestaan voor de beloning van advocaten, is het wel van belang grenzen te stellen die de nadelen beperken, vindt Sonia Beedie van Pellicaan Advocaten.
Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft afgelopen week in een debat aangegeven het “no cure no pay”-systeem, dat nu nog voor de advocatuur verboden is, te willen invoeren.
In Amerika is het al de gewoonste zaak van de wereld; in Nederland mogen advocaten echter niet aanbieden alleen kosten in rekening te brengen als een zaak wordt gewonnen. De Orde van Advocaten is er niet per se op tegen, maar tot voor kort de regering nog wel.
De discussie of een beloning alleen moet worden toegestaan als je als advocaat een bepaald van te voren afgesproken resultaat behaalt, is ineens weer opgelaaid.
No cure no pay
Er zijn natuurlijk voors en tegens te bedenken voor de invoering van een “no cure no pay” beloningsstructuur. Het recht kan toegankelijker worden gemaakt voor mensen die normaal gesproken geen advocaat zouden kunnen betalen. Het is ook denkbaar dat de werkdruk daalt bij gerechtelijke instanties, want kansloze of minder kansrijke zaken zullen niet zo gemakkelijk meer ingesteld worden.
Ook zal de advocaat zich waarschijnlijk hard(er) inzetten voor een goed resultaat: anders wordt hij immers niet beloond. Tegelijkertijd vraag ik mij stellig af men zich de nadelen wel voldoende realiseert.
Een advocaat krijgt een sterk eigen belang bij de zaak, waardoor hij hard voor je zal werken om goed resultaat te behalen. Maar dat heeft ook een keerzijde. Stel je voor dat je 100 duizend euro te vorderen hebt, en de wederpartij wil de zaak schikken voor bijvoorbeeld 80 duizend euro. De advocaat zal dan misschien, denkend aan zijn eigen portemonnee die dan sneller gevuld wordt, adviseren die schikking te nemen in plaats van door te procederen. Maar wie zegt dat de rechter niet de volle 100 duizend euro zou hebben toegewezen?
Natuurlijk zijn er altijd risico’s verbonden aan procederen, maar de afwegingen die de advocaat maakt bij zijn advies over een schikking zal bij “no cure no pay” sterk ingekleurd kunnen worden door zijn eigen belang om betaald te worden. Dat lijkt me geen goede ontwikkeling.
Hogere beloningen
Verder moeten rechtzoekenden zich ook bedenken dat dit systeem wellicht kan leiden tot veel hogere beloningen dan nu gebruikelijk in de advocatuur. Als ik als advocaat een groot risico moet lopen, dan moet daar ook een groot voordeel aan verbonden zijn. Als ik (in eerste instantie kosteloos) veel werk moet verrichten voor een cliënt in een zaak waarbij het resultaat door allerlei omstandigheden onzeker is, dan moet daar wel een flinke “upside” aan zitten, anders is het voor mij als advocaat niet interessant. Een commerciële gedachte wellicht, maar mijn secretaresse, kantoorhuur en briefpapier moet ook gewoon worden betaald.
Wat vaak “vergeten” wordt, is dat je als advocaat bovendien niet altijd volledig de uitkomst van een zaak kan beïnvloeden. Er spelen diverse factoren mee die de uitkomst bepalen: de kwaliteit van de advocaat natuurlijk, maar ook de feiten, de bewijzen die de cliënt heeft, en de juridische werkelijkheid waarin die feiten moeten worden geplaatst.
Als een zaak niet “sterk” is, dan zal een advocaat die niet zo snel meer aannemen op “no cure no pay” basis. Het risico om niet betaald te worden is dan namelijk te groot. Terwijl de cliënt er misschien wel principieel in staat en ondanks de risico’s op verlies toch een uitspraak van de rechter wil. Hoe los je die gevallen dan op? Daar zal dan in de praktijk toch voor betaald moeten worden.
En verder: hoe meet je het “resultaat” van een juridisch advies, of het opstellen van een contract, of het doorvoeren van een reorganisatie. Advocaten leveren ook veel werk dat geen (direct) financieel resultaat heeft, maar daarom niet minder belangrijk is. Hoe verricht je die diensten dan op “no cure no pay” basis? Het wordt er niet transparanter op. Voordat je voor je cliënt aan de slag kan, moet er dan eerst een dik contract opgesteld worden over de voorwaarden voor beloning?
Bezuinigingsagenda?
Ondanks de genoemde nadelen wil ik niet zeggen dat “no cure no pay” per definitie verboden zou moeten blijven voor de advocatuur. Maar het is wel van belang daar goed over na te denken en er bepaalde grenzen aan te stellen om de nadelen in ieder geval te beperken.
De vraag rijst overigens waar deze discussie en ommezwaai van de regering opeens vandaan komt. Zou het te maken hebben met de gewenste (en noodzakelijke) bezuinigingen? Als advocaten no cure no pay gaan werken, zou wellicht flink gekort kunnen worden op de gefinancierde rechtsbijstand. Geen journalist (bij mijn weten) die deze vraag al aan de betreffende politici heeft gesteld. Ik ben toch wel benieuwd of daar geen “verborgen agenda” achter zit.
—
Sonia schreef dit artikel voor Z24, waar het vandaag op de site verscheen. | Lees meer artikelen van Sonia Beedie op Z24.
Pellicaan Advocaten stelt via Z24 gratis voorbeelden op het gebied van het arbeidsrecht ter beschikking: download een gratis voorbeeld arbeidsovereenkomst