Pellicaan Advocaten heeft een vernieuwde website!

Pellicaan-logo

De afgelopen maanden is hard gewerkt aan vernieuwing van onze website www.pellicaan.nl. Het resultaat is sinds vorige week zichtbaar.

Nieuwe artikelen van Pellicaan auteurs zullen worden geplaatst op onze nieuwe website en – bij sommigen – op hun persoonlijke weblog. Dit algemene weblog van Pellicaan Advocaten wordt niet meer bijgewerkt en zal over enige tijd verdwijnen.

Geplaatst in Diversen | Een reactie plaatsen

Bedrijfsopvolging buiten de familie [Xander Alders]

In de media verschijnen steeds vaker berichten dat kinderen niet in de voetsporen van hun ouder(s) willen treden om het familiebedrijf voort te zetten. Ook kan het natuurlijk zijn dat er geen kinderen zijn aan wie het bedrijf kan worden overgedragen. Wat dan?

Eerst moet de ondernemer die wil terugtreden bedenken of hij zijn hele bedrijf uit handen wil geven of slechts de dagelijkse zeggenschap daarover. In het eerste geval moet een koper voor het bedrijf worden gevonden, in het tweede geval kan worden volstaan met een of meerdere externe bestuurders. Een verkoop van het bedrijf heeft ook veel ingrijpendere fiscale gevolgen dan slechts het uit handen geven van de dagelijkse zeggenschap. Het is raadzaam om vooraf de structuur van het bedrijf goed te inventariseren en een inschatting te maken van de gevolgen van een (bestuurs)overdracht voor het bedrijf.

Verkoop
Naast het feit dat er een koper moet worden gevonden, moet het bedrijf worden gewaardeerd en moet worden bepaald op welke wijze het bedrijf zal worden overgedragen. Een eenmanszaak wordt op een andere wijze overgedragen dan het aandelenbelang in een B.V. Daarnaast kunnen er ook slechts bepaalde bedrijfsonderdelen worden overgedragen in plaats van het hele bedrijf. De wijze van overdracht kan ook invloed hebben op eventuele achterblijvende aansprakelijkheid van de ondernemer of op de positie van de in het bedrijf werkzame personen.

Een verkoop van het bedrijf houdt in dat het bedrijf definitief de familie verlaat en dat eventuele toekomstige resultaten aan de nieuwe eigenaar toekomen. Een verkoop is een momentopname en gezien de huidige markt zal een verkoop hoogstwaarschijnlijk niet het gewenste resultaat opleveren. In plaats daarvan is een overdracht van de dagelijkse zeggenschap wellicht een betere optie. Het financiële belang blijft dan bij de familie en alleen de dagelijkse gang van zaken wordt door een of meerdere externe personen verzorgd.

Bestuursoverdracht
Bij familiaire verhoudingen is het vaak een probleem dat er (te) veel vertrouwen in elkaar is en daardoor (te) weinig controle op elkaar. Bij een externe bestuurder is er (zeker in het begin) juist vaak te weinig vertrouwen en weinig tot geen ruimte voor de bestuurder om zijn dagelijkse taken uit te voeren. Voor veel ondernemers is het moeilijk om de touwtjes uit handen te geven. Om te zorgen dat de nieuwe bestuurder zijn taken ongehinderd kan uitvoeren en de continuïteit van het bedrijf niet door verschillen van inzicht in gevaar komt, moeten de ondernemer en de nieuwe bestuurder vooraf goede afspraken maken.

Denk daarbij aan het (in overleg) opstellen van een meerjarenplan voor het bedrijf, waarin de vooruitzichten en toekomstige doelstellingen van het bedrijf worden beschreven. Op die manier worden objectieve beoordelingscriteria ontwikkeld en wordt de nieuwe bestuurder al in een beginstadium bekend gemaakt met de manier van werken en de ambities van het bedrijf.

Specifiek ten aanzien van de verhouding tussen de bestuurder en het bedrijf moeten er ook goede afspraken worden gemaakt. Bijvoorbeeld over de taakomschrijving van de bestuurder, zijn arbeidsvoorwaarden, eventuele mogelijkheden om een aandeel in het bedrijf te verkrijgen en afspraken over een voortijdig afscheid van elkaar. Ook een directiereglement en duidelijke afspraken over vertegenwoordiging van het bedrijf kunnen in deze relatie een meerwaarde vormen. Beide partijen weten op die manier wat ze aan elkaar hebben en hoe de toekomst er tussen hen uit ziet. Is het de bedoeling dat de nieuwe bestuurder (al dan niet op termijn) aandelen zal verkrijgen in het bedrijf, dan kunnen veel van dergelijke afspraken (en meer) worden opgenomen in een aandeelhoudersovereenkomst.

Daarnaast moet wellicht de structuur van het bedrijf worden aangepast. De rol van de nieuwe bestuurder is immers wezenlijk anders dan de rol van de ondernemer die tevens eigenaar is. Om invloed te houden op belangrijke beslissingen binnen het bedrijf wil de ondernemer mogelijk een raad van commissarissen instellen waarin hijzelf plaats neemt. Ook hier geldt dat het instellen van een raad van commissarissen niet ten koste mag gaan van de continuïteit en slagvaardigheid binnen het bedrijf. Een duidelijke afbakening van de bevoegdheden van de raad van commissarissen en een goede invulling van de raad van commissarissen zijn dus van groot belang. Een sterke raad van commissarissen vormt in veel gevallen ook een goede sparringpartner voor het bestuur.

Een andere vraag die de ondernemer zich moet stellen omtrent de juridische structuur van het bedrijf, is of hij zijn financiële aanspraken (al dan niet gefaseerd) niet al bij zijn erfgenamen wil neerleggen. Indien het bedrijf in een B.V. wordt uitgeoefend, is in dat opzicht wellicht certificering een optie. De door de ondernemer gehouden aandelen in de B.V. worden dan overgedragen aan een stichting administratiekantoor (“stak”). De stak geeft certificaten van die aandelen uit aan de erfgenamen. Die certificaten hebben alleen recht op de financiële aanspraken van de bijbehorende aandelen. De zeggenschapsrechten van de aandelen blijven bij de stak liggen. Door zelf in het bestuur van de stak plaats te nemen, kan de ondernemer die zeggenschapsrechten blijven uitoefenen. Op het moment dat de ondernemer definitief afscheid neemt van zijn bedrijf, kan hij de meeste geschikte persoon als vervangend bestuurder aanwijzen. Dit kan desgewenst in de statuten worden verankerd. Een overgangstraject behoort eveneens tot de mogelijkheden.

Noodopvolging
Het voorgaande ziet op de reguliere bedrijfsopvolging. Maar stel dat de ondernemer voortijdig overlijdt of arbeidsongeschikt wordt. Kan het bedrijf dan nog wel ongestoord blijven voortbestaan? Of is het bedrijf zo afhankelijk van de ondernemer dat het hele bedrijf komt stil te liggen als hijzelf wegvalt? Het is goed om daar nu al over na te denken en waar nodig maatregelen te nemen. Op die manier kan de ondernemer eventuele discussies tussen erfgenamen voorkomen en zelf de hand houden in zijn opvolging. Doorgaans kan de ondernemer zelf ook het beste inschatten welke maatregelen er moeten worden genomen om het bedrijf te laten doordraaien. Afhankelijk van de juridische structuur zijn er verschillende mogelijkheden om het wegvallen van de ondernemer te ondervangen.

Afsluitend
Ook een bedrijfsopvolging buiten de familie vergt goede voorbereidingen en het over en weer scheppen van duidelijke verwachtingen. Speelt een dergelijke situatie bij u, zoek dan in een vroeg stadium juridische hulp. Pellicaan Advocaten heeft een ruime ervaring bij het begeleiden en uitwerken van een bedrijfsopvolgingstraject. Let daarnaast ook op de fiscale gevolgen die een bedrijfsopvolging kan hebben.

Maar zelfs als bedrijfsopvolging (al dan niet aan een derde) op dit moment niet aan de orde is, kan het geen kwaad om eens kritisch naar uw bedrijf te kijken en te onderzoeken wat de gevolgen zijn als u wegvalt. Ik of een van mijn ondernemingsrecht-collega’s van Pellicaan Advocaten kunnen desgewenst als sparringpartner voor u fungeren en eens met een verse blik naar uw bedrijf kijken. Om met een cliché te spreken: voorkomen is beter dan genezen.

Geplaatst in Handelsrecht | Een reactie plaatsen

De (on)zekerheid van een eigendomsvoorbehoud (Xander Alders)

Het leveren onder eigendomsvoorbehoud wordt in de praktijk als een belangrijke vorm van zekerheid gezien. Betaalt de afnemer niet, dan worden de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken teruggenomen. Op die manier wordt de schade van de leverancier zo veel mogelijk beperkt. Dat een eigendomsvoorbehoud niet altijd zaligmakend is en zelfs tot een schadevergoedingsplicht van de leverancier kan leiden, illustreert een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam [1] waarin ook het onderscheid tussen roerende en onroerende zaken een doorslaggevende rol speelde.

De situatie in het kort
Braakman heeft een aantal chalets van een leverancier afgenomen. Deze worden geleverd en op het vakantiepark van Braakman neergezet, maar niet betaald. Met een beroep op een bedongen eigendomsvoorbehoud neemt de leverancier de chalets vervolgens weer terug. In een eerder stadium is er ten gunste van de Rabobank op de grond van het vakantiepark van Braakman een recht van hypotheek gevestigd. De Rabobank stelt dat de leverancier de chalets ten onrechte heeft teruggenomen en schade heeft gelden omdat een executie-verkoop daardoor minder heeft opgeleverd.

Roerend of onroerend?
De rechtbank oordeelt aan de hand van de geldende rechtspraak [2] dat de chalets duurzaam met de grond zijn verenigd en bedoeld zijn om daar te blijven staan en dus onroerend zijn. Door natrekking zijn de chalets eigendom geworden van Braakman en zijn ze daarmee onder het hypotheekrecht van de Rabobank komen te vallen. Het eigendomsvoorbehoud van de leverancier is als gevolg van de natrekking komen te vervallen. Dat betekent tevens dat de leverancier de chalets ten onrechte heeft teruggenomen.

Onrechtmatig?
De Rabobank spreekt de leverancier vervolgens aan op grond van onrechtmatige daad. Het terugnemen van de chalets zou onrechtmatig zijn geweest jegens de Rabobank nu de inmiddels verkochte grond ruim € 250.000 minder waard is geworden zonder de chalets. Die schade wil de Rabobank op de leverancier verhalen.

De rechtbank gaat mee in het betoog van de Rabobank en oordeelt dat de leverancier wist van het hypotheekrecht van de Rabobank en er in ieder geval rekening mee moest houden dat de chalets eigendom waren geworden van Braakman. De rechtbank neemt (naar mijn mening redelijk makkelijk[3]) aan dat de leverancier onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeelt de leverancier tot een schadevergoeding van ongeveer € 235.000.

Eigendomsvoorbehoud
Deze uitspraak illustreert dat een eigendomsvoorbehoud niet gegarandeerd betekent dat bij niet-betaling de geleverde zaken kunnen worden teruggehaald. Deze situatie speelt niet alleen bij chalets of andere zaken die onder omstandigheden als onroerend kunnen worden aangemerkt, maar ook bij zaken die tot een ander product worden verwerkt, worden gemonteerd in een andere zaak of niet meer van andere producten te onderscheiden worden opgeslagen. Tevens kan het bodemrecht van de fiscus onder omstandigheden een beroep op een eigendomsvoorbehoud doorkruisen.

Onderzoek dus goed of een eigendomsvoorbehoud wel de gewenste zekerheid geeft en of die zekerheid voldoende is. Spelen bovengenoemde risico’s, dan is het wellicht verstandiger om op een andere manier zekerheid te vragen voor betaling van de afnemer. Denk bijvoorbeeld aan een pand- of hypotheekrecht, een borgstelling, een bankgarantie of een voorschotbetaling. Twijfelt u of de door u gevraagde vorm van zekerheid voldoende is onder de huidige omstandigheden, neem dan contact op met mij of één van mijn ondernemingsrecht-collega’s.

[1] Zie Rechtbank Rotterdam 26 februari 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:1087.
[2] De Rechtbank refereert aan het zogenaamde Portocabin-arrest (Hoge Raad 31 oktober 1997, LJN: ZC2478).
[3] In het algemeen is het inderdaad zo dat eigendommen van derden niet ongestraft mogen worden weggenomen, maar daarmee wordt naar mijn mening geen rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van dit geval en de zware eisen die doorgaans aan onrechtmatig handelen worden gesteld. Wellicht heeft de leverancier enigszins naïef gehandeld en wordt iedereen geacht kennis van het recht te hebben, maar dat maakt het wegnemen nog niet onrechtmatig. Er moet zelfs een procedure aan pas komen om vast te stellen of er sprake is van natrekking van de chalets. De rechtbank zegt er niets over maar van opzettelijke benadeling van de Rabobank lijkt geen sprake te zijn. Ook is het niet zo dat de Rabobank nadeel heeft geleden. Ze heeft slechts een voordeel gemist. Bij het vestigen van de hypotheek stonden de chalets er namelijk nog niet en de chalets zijn feitelijk per toeval en onbedoeld onder het hypotheekrecht van de Rabobank komen te vallen. Wellicht was het redelijker geweest om op zijn minst de schade lager vast te stellen. Maar hierover valt te twisten.

Geplaatst in Contractenrecht, algemeen privaatrecht | Tags: | Een reactie plaatsen

Hoe zat het al weer met het ongevraagd versturen van e-mail aan prospects | het Nederlandse spamverbod

Sinds enige tijd geldt in Nederland regelgeving dat het verzenden van spam verbiedt. Iedere ondernemer die digitaal contact met klanten en prospects wil onderhouden, zal hier rekening mee moeten houden. Op de naleving van deze verplichting wordt toegezien door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Op de site van deze instantie is informatie te vinden over hoe met het verzenden van e-mail om te gaan.

De regels inzake e-mail kunnen als volgt worden samengevat:

  • Ongevraagd e-mail versturen die overlast veroorzaakt, is wettelijk verboden. Dit omvat niet alleen e-mail met virussen maar ook commerciële berichten en berichten van liefdadige instellingen.
  • Verantwoordelijk voor naleving zijn zowel degene die de feitelijke verzending verricht (op de verzendknop drukt) als  de officiële afzender (de opdrachtgever van de verzending). Beiden kunnen een boete van de ACM krijgen.
  • Verzending van e-mail is alleen toegestaan [1] met voorafgaande toestemming; [2] als de identiteit van de afzender zichtbaar is; [3] er een afmeldmogelijkheid wordt geboden.

Ondernemers die bezig zijn met hun website, met elektronische nieuwsbrieven en andere marketingactiviteiten doen er goed aan zich hier in te verdiepen. Het is nl. jammer om veel geld aan allerlei marketing activiteiten uit te geven, als deze vervolgens in strijd met de wet blijkt te zijn. En het is ook zonde als er extra kosten moeten worden gemaakt om teksten en ICT aan te passen aan de voorschriften.

Voor een juridische toetsing van uw marketing uitingen kunt u altijd beroep doen op de advocaten van Pellicaan Advocaten N.V. Wij kunnen u ook over aanverwante onderwerpen adviseren, zoals uw algemene voorwaarden, offertes, opdrachtbevestigingen en de communicatiescripts rondom totstandkoming van overeenkomsten (al dan niet digitaal).

Inleidende informatie over het spamverbod

Geplaatst in Handelsrecht | Tags: | Een reactie plaatsen

De informatieverplichtingen voor ondernemers op grond van de Europese Dienstenrichtlijn

Al enige tijd geleden is de Nederlandse regelgeving aangepast naar aanleiding van de Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG). Één van de nieuwe verplichtingen die voortvloeit uit deze richtlijn, is een informatieplicht voor ondernemers die vallen onder de richtlijn. Die ondernemers worden ook als ‘dienstverrichters’ omschreven en omvatten degenen die zich bezighouden met allerlei vormen van dienstverlening, zoals advocaten, accountants, tekstschrijvers en vele anderen.

Uitzonderingen

Een aantal groepen zijn specifiek uitgezonderd. Zie de opsomming op deze pagina bij de rijksoverheid. Zo gelden de regels niet voor notarissen en ook niet voor vervoerders, uitzendbedrijven en ondernemingen in de gezondheidszorg. Een iets uitvoeriger overzicht van uitzonderingen is bij Europa Decentraal te vinden.

Informatieplicht

Ondernemers die wel onder de Dienstenrichtlijn vallen hebben een aantal extra verplichtingen. Deze verplichtingen worden in de Nederlandse wet als volgt omschreven:

De dienstverrichter die diensten verricht (…) stelt de afnemer van die diensten de volgende gegevens ter beschikking:

1.   zijn naam, rechtspositie en rechtsvorm, het geografisch adres waar hij is gevestigd, zijn adresgegevens, zodat de afnemers hem snel kunnen bereiken en rechtstreeks met hem kunnen communiceren, eventueel langs elektronische weg;

2.   wanneer de dienstverrichter in een handelsregister of in een vergelijkbaar openbaar register is ingeschreven, de naam van dat register en het nummer waaronder hij is ingeschreven, of gelijkwaardige gegevens uit dat register die ter identificatie dienen;

3.   wanneer voor de activiteit een vergunningstelsel geldt, de adresgegevens van de bevoegde instantie of van het centraal loket;

4.   wanneer de dienstverrichter een btw-plichtige activiteit uitoefent, het nummer bedoeld in artikel 214, eerste lid, onder a, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2006 betreffende het Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347);

5.   voor gereglementeerde beroepen: elke beroepsorde of vergelijkbare organisatie waarbij de dienstverrichter is ingeschreven, alsmede de beroepstitel en de lidstaat waar die is verleend;

6.   in voorkomend geval, de algemene voorwaarden en bepalingen die de dienstverrichter hanteert;

7.   het eventuele bestaan van door de dienstverrichter gehanteerde contractuele bepalingen betreffende het op de overeenkomst toepasselijke recht of de bevoegde rechter;

8.   het eventuele bestaan van niet bij wet voorgeschreven garantie na verkoop;

9.   de prijs van de dienst wanneer de dienstverrichter de prijs van een bepaald soort dienst vooraf heeft vastgesteld;

10. de belangrijkste kenmerken van de dienst wanneer deze niet uit de context blijken;

11. de in artikel 23, lid 1 van de in de aanhef van dit artikel genoemde richtlijn, bedoelde verzekering of waarborgen, met name de adresgegevens van de verzekeraar of de borg en de geografische dekking;

12. adresgegevens, met name een postadres, faxnummer of e-mailadres en een telefoonnummer, waar alle afnemers, ook die die in andere lidstaten verblijven, een klacht kunnen indienen of informatie over de verrichte dienst kunnen vragen. Indien dit niet hun gebruikelijke correspondentieadres is, wordt hun wettelijke adres verstrekt. Op eventuele klachten wordt zo snel mogelijk gereageerd en alles wordt in het werk gesteld om een bevredigende oplossing te vinden;

13. wanneer een dienstverrichter gebonden is aan een gedragscode of lid is van een handelsvereniging of beroepsorde die voorziet in een regeling voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting, wordt dienaangaande informatie verstrekt. De dienstverrichter vermeldt dit in elk document waarin zijn diensten in detail worden beschreven en geeft daarbij aan hoe toegang kan worden verkregen tot gedetailleerde informatie over de kenmerken en toepassingsvoorwaarden van deze regeling.

Over de toegankelijkheid van de informatie wordt in de wet ook iets gezegd. De hiervoor bedoelde informatie:

1.   wordt op eigen initiatief door de dienstverrichter verstrekt;

2.   is voor de afnemer gemakkelijk toegankelijk op de plaats waar de dienst wordt verricht of de overeenkomst wordt gesloten;

3.   is voor de afnemer gemakkelijk elektronisch toegankelijk op een door de dienstverrichter meegedeeld adres;

4.   is opgenomen in alle door de dienstverrichter aan de afnemer verstrekte documenten waarin deze diensten in detail worden beschreven.

De dienstverrichters verstrekken de afnemer van diensten op diens verzoek de volgende aanvullende informatie:

1.   wanneer de dienstverrichter de prijs van een bepaald soort dienst niet vooraf heeft vastgesteld, de prijs van de dienst of, indien de precieze prijs niet kan worden gegeven, de manier waarop de prijs wordt berekend, zodat de afnemer de prijs kan controleren, of een voldoende gedetailleerde kostenraming;

2.   voor gereglementeerde beroepen, een verwijzing naar de in de lidstaat van vestiging geldende beroepsregels en de wijze waarop hierin inzage kan worden verkregen;

3.   informatie over hun multidisciplinaire activiteiten en partnerschappen die rechtstreeks verband houden met de betrokken dienst, en over de maatregelen die zij ter voorkoming van belangenconflicten hebben genomen. Deze informatie is opgenomen in elk informatiedocument waarin dienstverrichters hun diensten in detail beschrijven;

4.   gedragscodes die op dienstverrichters van toepassing zijn, alsmede het adres waar zij elektronisch kunnen worden geraadpleegd en de beschikbare talen waarin deze codes kunnen worden geraadpleegd.

De informatie dient correct, helder en ondubbelzinnig te zijn en op tijd te worden verstrekt:

De informatie, bedoeld in deze afdeling, is correct, helder en ondubbelzinnig. De informatie wordt tijdig voor de sluiting van een schriftelijke overeenkomst of, indien er geen schriftelijke overeenkomst is, voor de verrichting van de dienst meegedeeld of beschikbaar gesteld.

Gevolgen

Het bovenstaande betekent dat ondernemers er goed aan doen hun website en hun bedrijfsinformatie aan het bovenstaande te toetsen. De advocaten van Pellicaan Advocaten N.V. kunnen daar bij assisteren.

Geplaatst in Handelsrecht | Een reactie plaatsen

Ondernemers kunnen kansen grijpen met privacy

Onder de titel “Ondernemers kunnen kansen grijpen met privacy” verscheen in IJssel Busines Magazine van juni 2014 het artikel van Ellen Timmer over de mogelijkheden voor ondernemers om zich te onderscheiden op het gebied van privacy en security. Het artikel kan als losse pdf hier worden gedownload.

Geplaatst in Handelsrecht | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Pellicaan Advocaten toegetreden tot internationaal netwerk MARCALLIANCE

Pellicaan Advocaten N.V. is toegetreden tot het internationale netwerk MARCALLIANCE, waarvan juridische en fiscale dienstverleners deel uitmaken. Op de site is de missie van het netwerk vermeld:

MARCALLIANCE members’ objective is to provide clients with an access to a full range of legal and tax services, in all areas of business law; an alliance of independent law firms, which all share the same core values and have the same high standards of service and quality; and the opportunity to rely on lawyers that have a strong expertise and reputation in handling legal issues in their local environment, in working with foreign clients and international groups and with experts in other jurisdictions.

The members of the Alliance seek to provide clients with practical, effective and expedient responses, allowing them to minimize costs, enhance value and properly position themselves for the future.

Because the quality of services rendered to clients mainly depends on the individual skills and background of the lawyers of the Alliance members, all members are committed to recruiting high profile candidates and providing them with the best possible continuous training.

As of today, MARCALLIANCE comprises 14 members and is present in 13 countries, mainly across Europe, but also in Asia and in Africa. MARCALLIANCE aims at expanding its presence worldwide within the next five years.

Transparency in fees and expenses being in the mutual benefit of the client and the members, the fee structure and rates are always discussed as from the first meeting or exchange of information.

Meer informatie is te vinden op http://www.marcalliance.com/.

Geplaatst in Kantoor en organisatie | Een reactie plaatsen

Beslis op tijd op de vakantieaanvraag van uw werknemer!

Artikel 7:638 BW bepaalt dat de werkgever de vakantie in beginsel vaststelt overeenkomstig de wensen van de werknemer. Een vakantieverzoek kan echter worden geweigerd als zich daartegen gewichtige redenen verzetten. Als de werkgever niet binnen 2 weken beslist op het verzoek van de werknemer, wordt de vakantie geacht te zijn vastgesteld conform de wensen van de werknemer. Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde recentelijk dat niet snel sprake zal zijn van ‘gewichtige redenen’. De werkgever moet dan ook van goeden huize komen, wil zijn belang prevaleren boven dat van de werknemer.

Feiten
Werknemer, een productiemedewerker bij een bedrijf in de levensmiddelenindustrie, diende op 25 september 2013 per e-mail zijn vakantieaanvraag in, voor de periode van 23 december 2013 tot en met 31 december 2013. De werkgever reageerde nog dezelfde dag, met de mededeling dat de vakantieaanvraag nog niet kon worden goedgekeurd. Goedkeuring zou op zich laten wachten tot duidelijk was wie er allemaal vrij wilden hebben met de feestdagen. In de periode die volgde vroeg werknemer meermaals om uitsluitsel over zijn verzoek. De werkgever gaf daarop aan dat pas later op dit verzoek zou worden beslist.

De werkgever liet vervolgens per e-mail van 18 december 2013 weten dat de vakantieaanvraag zou worden ingewilligd, behalve voor 23 december 2013. Werknemer gaf daarop aan hiermee niet akkoord te kunnen gaan, nu hij inmiddels al een appartement had geboekt. De werkgever liet daarop weten dat, indien werknemer niet zou verschijnen op 23 december 2013, dit serieuze gevolgen zou hebben. Op 23 december 2013 verscheen werknemer niet op zijn werk. De werkgever heeft de werknemer daarop op staande voet ontslagen.

De werknemer deed vervolgens een beroep op de vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet. Hij startte een loonvorderingsprocedure. Volgens de werknemer was er in kwestie geen sprake van een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigde. Het ontslag op staande voet stond volgens de werknemer namelijk niet in verhouding tot de eigen handelwijze van de werkgever. In het personeelshandboek was namelijk opgenomen dat een vakantieaanvraag tijdens een “populaire schoolvakantie” uiterlijk drie maanden van tevoren ingeleverd diende te zijn bij de direct leidinggevende en dat de aanvraag binnen 3 weken toegezegd of afgewezen zou worden. Werknemer had slechts drie dagen voordat hij met vakantie zou gaan te horen gekregen dat zijn vakantieaanvraag niet gehonoreerd zou worden. De werkgever voerde aan dat het gebruikelijk was om eerst te inventariseren welke medewerkers in de periode van kerst en oud en nieuw met vakantie wilden gaan. Het verlof kon niet eerder worden goedgekeurd omdat de werkgever niet uit voorraad kon leveren en er ordervolgend geproduceerd was.

Beoordeling Kantonrechter
De werkgever kreeg in eerste aanleg gelijk. Volgens de kantonrechter had de werknemer kort na zijn vakantieaanvraag te horen gekregen dat deze nog niet kon worden goedgekeurd. Eerder een beslissing nemen was niet mogelijk, nu de prognose van de bestellingen voor december 2013 niet eerder duidelijk was. Daarenboven was de werknemer gewaarschuwd voor de eventuele gevolgen, wanneer hij niet op het werk zou verschijnen op 23 december 2013.

Beoordeling in hoger beroep
Het Hof ging niet mee met het oordeel van de kantonrechter. De vraag, of in kwestie sprake was van een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigde, beantwoordde het hof aan de hand van artikel 7:638 BW. Op grond van dit artikel heeft te gelden dat de vakantie wordt vastgesteld overeenkomstig de wensen van de werknemer, tenzij zich daartegen gewichtige redenen verzetten. Het Hof sloot tevens aan bij de wetsgeschiedenis bij voornoemd artikel. Hieruit blijkt namelijk dat de eis van gewichtige redenen betekent dat niet lichtvaardig kan worden gesteld dat de vakantieaanvraag niet gehonoreerd kan worden. Van een gewichtige reden is volgens de wetsgeschiedenis bijvoorbeeld sprake als de door de werknemer gewenste vakantie de gang van zaken in het bedrijf zo zou ontwrichten dat het belang van de werknemer daar voor moet wijken. Deze redenen moeten bovendien binnen twee weken schriftelijk worden medegedeeld aan de werknemer. In dit geval was van een gewichtige reden volgens het Hof geen sprake. De vakantieaanvraag was immers al ingediend op 25 september 2013. De werkgever besloot pas op 18 december 2013. Het voorgaande was volgens het Hof in strijd met artikel 7:638 lid 2 BW. Er was – met andere woorden – te laat beslist door de werkgever, waardoor de vakantie overeenkomstig de wensen van de werknemer was vastgesteld. De bepaling in het handboek was volgens het Hof geen vrijbrief om gerechtvaardigd te kunnen afwijken van de wettelijke regeling.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 20 mei 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1433

Geplaatst in Arbeidsrecht en personeelszaken | Een reactie plaatsen

Nee, het toezicht op juridische beroepen dient niet onder een Autoriteit Juridische Markten te vallen

In Notariaat Magazine van juni 2014 staat mijn reactie op de stelling “Het toezicht van juridische beroepen zou onder een Autoriteit Juridische Markten moeten vallen”. Deze stelling werd geplaatst naar aanleiding van het interview met rechtsbijstandsverzekeraar DAS in het FD van 2 mei 2014 waarin zij aandringen op een Autoriteit Juridische Markten (AJM). Op de stelling is verder gereageerd door Fred Hammerstein (voorzitter Bureau Financieel Toezicht), Jeroen Recourt (kamerlid en voormalig rechter) en Herman van den Eerenbeemt (notaris).

Geplaatst in Juridisch overig, Kantoor en organisatie | Een reactie plaatsen

Nieuwe regels voor bestuur en toezicht in aantocht | wat houdt het in als bestuurders van verenigingen en stichtingen over dezelfde kam worden geschoren als die van de bv en de nv?

Voor VM-Update, tijdschrift voor verenigingsmanagement, editie mei 2014, schreef ik het artikel “Nieuwe regels voor bestuur en toezicht in aantocht“. De subtitel is “Wat houdt het in als bestuurders van verenigingen en stichtingen over dezelfde kam worden geschoren als die van de bv en de nv?“.

Het artikel kan hier kan worden gedownload (pdf). 

Eerder schreef ik voor VM-Update het artikel “Einde one-tier model voor verenigingen?”, naar aanleiding van hetzelfde consultatievoorstel.

Geplaatst in Rechtspersonenrecht | Tags: , | Een reactie plaatsen